Doorgaan naar hoofdcontent

Winkelcentrum

Ik liep zoals gewoonlijk door mijn overdekte winkelcentrum. Het wordt verbouwd en het schijnt mooier te gaan worden dan wat het was. Althans, de borden aan de ingang beloven dat er gebouwd wordt "aan het gezelligste winkelcentrum". Voorlopig is het nog een puinhoop en de meest ongezellige plek van Nederland. Als je er geen erg in had, zou een overdekte plek om te winkelen er zo uit kunnen zien, in tijden van oorlog. Overal troep, kapotte ramen, leegstaande panden, kabels uit het plafond die in de jaren zeventig in elkaar geknoopt zijn en vooral veel lawaai. Met de aantekening dat we nog steeds in een veilig land leven.

Ik bezocht eerst de Hema, die het anno 2024 voor elkaar wisten te krijgen om mijn fotos af te drukken na elf dagen. Toevallig zat ik gisteren fotos te kijken uit de jaren tachtig en negentig. Een gedeelte daarvan was gemaakt met een fotocamera die minstens een kilo woog. De kwaliteit van die fotos was zo onvergelijkbaar, met de fotos die ik in mijn handen kreeg. Dus misschien moest ik niet te kritisch zijn op onze Hollandse keten. Vroeger moest je ook gewoon wachten op je fotos als ze afgedrukt werden. En dan konden de eerste en laatste foto nog mislukt zijn. Meestal omdat er iets mis was gegaan met het openen van het luikje, bij het uithalen van het rolletje.

Ik liep verder en ging richting de Albert Heijn. Ik moest daarvoor mijn hele winkelcentrum doorkruisen. Op het terras bij Ed Miral zat een man keihard te praten. Hij hield een telefoon aan zijn oor. En meteen maakte ik weer de associatie dat bellen niet meer van deze tijd was. Ik ben ooit een keer bij deze bistro op het terras gaan zitten, omdat hij bovenaan genoemd stond bij Tripadvisor in mijn stad. Mogelijk omdat het een "must do" is als je wilt ervaren hoe het leven in een wijk met voornamelijk sociale woningbouw er werkelijk uit ziet.

Ik passeerde de Multivlaai en deze woensdagmiddag zat het binnen weer lekker vol. Allemaal oudjes die aan wijn en bier genoten van de prachtige vitrine met vlaai. Nu ook de meeste buurtkroegen niet meer bestaan, ontmoeten zij elkaar op deze plek. Toen ik een karretje pakte bij de Albert Heijn kwam een man voorbij. Hij had een Indisch uiterlijk, was klein, droeg een brilletje en had een snorretje. Hij leek aardig fit en ik schat hem zeventig. Hij droeg een minuscuul bosje bloemen met een kartonnen papier erom. De enkele bloemen die omhoog staken waren roze. En op het papier zag ik een "35% korting" sticker. Mijn ogen slaan daar altijd op aan, want ik ben gek op aanbiedingen. Ik was eigenlijk wel nieuwsgierig wie hij blij ging maken met zijn afgeprijsde minibosje Valentijnsbloemen. Het was inmiddels een week later en dit bosje mocht nog weg met korting.

Toen ik al mijn boodschappen had en richting de kassa liep, werd ik bijna omver gelopen door een groepje jongeren. Een jaar of veertien, vijftien moeten ze geweest zijn. Ze vlogen op de energydrank af en ik kreeg mee dat "de Red Bull Framboos echt de shit was". Een blikje van bijna twee euro pakte ze allemaal mee. Eén van de meiden gilde naar een andere meid "Betaal jij? Ik heb geen geld." De andere meid reageerde enthousiast "Maak je niet druk, ik heb geld." Ik keek haar aan, maar ze keek niet terug. Dat was misschien maar goed ook, anders had ik nog een monoloog afgestoken over omgaan met geld.

Als brave huisvader kwam ik bij mijn scankassa aan. Ik scoorde voor maar liefst zeventien euro bonus aanbiedingen en ik schrok ook nog van mijn saldo aan koopzegels. In positieve zin dan wel. Ik trakteerde mezelf op de uitbetaling van een boekje koopzegels en rekende nog één euro en éénenveertig cent af. Ik liep over houten planken een tijdelijk uitgang uit. En ik werd ingehaald door een in zichzelf pratende man, die naar de loempiakraam spurtte. Mijn boodschappen zette ik in de auto waar mijn hond me vrolijk begroette. Ik ging in de auto zitten en feliciteerde mezelf met het overleven van dit vredige slagveld.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Zwaaien

Wanneer ik ga wandelen met mijn hond, loop ik een standaard rondje. Ik kom dan langs het Indische bejaardentehuis bij mij in de straat. Er staat een Riksja in de entree en ik ging er wel eens bami of nasi lunchen. Op de hoek van het tehuis, bevinden zich benedenwoningen met een groot grasveld ervoor. De ramen zijn immens groot en vaak is het licht binnen aan, zonder dat de gordijnen gesloten zijn. In de zomer valt de zon juist binnen, zodat zich een soort toneelstuk afspeelt achter het raam. Toen ik hier in 2017 kwam wonen, stond er vaak een man achter dat raam. Er zal twintig meter tussen hem en mij hebben gezeten. Hij zag er inderdaad Indisch uit en had een heel vriendelijke uitstraling. Het leek me een hele fitte man. Ik gok dat hij destijds halverwege de zeventig was. Maar dat was dus mijn observatie door dat raam heen. Telkens als ik met mijn hond passeerde, zwaaide hij uitbundig en vrolijk naar me. Met brede lach zwaaide ik dan ook terug. Het werd een gewoonte. Ik realiseerde me

Dirty Chai

Ze was denk ik vijfendertig. Ze zag eruit als tweeënvijftig. Het leek me geen sportieve dame, maar ze was ook niet enorm corpulent. Haar haren zaten tussen blond en grijs en waren kort en waarschijnlijk nog korter geweest. Een bruin leren tasje had ze op tafel gezet en het straalde geen vrouwelijkheid uit. Toen ze binnenkwam zag ik dat ze mijn kant op keek. Voor me waren nog twee tafeltjes vrij voor het raam. Toch liep ze eerst de zaak verder in. Een teken dat ze hier niet vaak kwam. Of zelfs niet uit deze stad kwam. Al snel was zij weer terug en nam ze plaats voor het raam. In plaats van een plek te kiezen waardoor ze naar buiten kon kijken, ging ze met haar rug richting het raam zitten met haar gezicht mijn kant op.  Ik nipte aan mijn dubbele espresso omdat je doorgaans in deze koffiezaken een wat slappe koffie kreeg. De serveerster was snel bij de vrouw die met de kaart in de hand vroeg of ze ook een ‘’Dirty Chai’’ kon maken. De wijze waarop ze deze woorden uitsprak zorgde voor een